Digitale infrastructuur klinkt zelden sexy. Maar wie even onder de motorkap kijkt van The Other Interface (TOI) — het platform waarmee het Nieuwe Instituut zijn collecties zichtbaar maakt — ziet iets bijzonders: een laboratorium voor de toekomst van digitaal erfgoed in Nederland.
Een Quickscan die we afgelopen zomer uitvoerden, laat zien dat het Nieuwe Instituut niet zomaar “meedoet” in het Netwerk Digitaal Erfgoed (NDE): het pioniert. Waar andere instellingen worstelen met standaarden, interoperabiliteit en de overgang naar open linked data, heeft het Nieuwe Instituut al een volledig functionerende infrastructuur in de lucht. En dat terwijl het, in vergelijking met de andere NDE-knooppunten, met een klein maar gedreven team werkt.
Van DERA naar DOEN
De Quickscan beoordeelde niet de code of servers, maar de strategische inbedding van het platform binnen de richtlijnen van de Digitaal Erfgoed Referentie Architectuur (DERA). Wat opvalt: het Nieuwe Instituut heeft iets bereikt waar anderen nog over praten — een werkend dienstplatform dat de principes van de Nationale Strategie Digitaal Erfgoed (NSDE) tastbaar maakt.
De analyse laat zien hoe het instituut zich ontwikkelt van een traditionele erfgoedorganisatie naar een spil in het netwerk van digitale cultuur. Niet alleen door eigen collecties te digitaliseren, maar ook door infrastructuur te bouwen waarin het de samenwerking met andere netwerken zoekt — zoals het Netwerk Archieven Design en Digitale Cultuur (NADD).
Dat is precies wat de DERA beoogt: een landschap waarin instellingen niet dupliceren, maar verbinden. Waar bronnen duurzaam zijn, en diensten tijdelijk, wendbaar en gebruikersgericht.
Slimme scheiding, sterke samenwerking
Eén van de belangrijkste aanbevelingen in de Quickscan is de expliciete scheiding tussen bron en dienst. Die technische en organisatorische scheiding lijkt saai, maar is in werkelijkheid revolutionair. Ze maakt het mogelijk om sneller te innoveren zonder de stabiliteit van de broninfrastructuur in gevaar te brengen.
In de praktijk betekent dit: de collectie blijft veilig en duurzaam in beheer in collectiesystemen van Axiell en Woodwing, terwijl de diensten erboven — zoals TOI — vrij kunnen experimenteren met vorm, functionaliteit en gebruikerservaring. Het Nieuwe Instituut toont hiermee hoe erfgoeddata wendbaar én betrouwbaar kunnen zijn.
Minder afhankelijk, meer zelfbewust
De scan wijst ook op een reëel risico: afhankelijkheid van gespecialiseerde leveranciers. Die handschoen moet het Nieuwe Instituut oppakken en investeren in kennis, samenwerking en open technologie. Zo'n plan om te investeren in interne competenties voor infrastructuurbeheer en databeheer laat zien dat het instituut zijn eigen rol in de toekomst van digitaal erfgoed serieus neemt.
Niet alles hoeft zelf gebouwd te worden — maar wel begrepen. Dan kan het Nieuwe Instituut echt een voorbeeld worden voor de andere NDE knooppunten.
Een model voor netwerkgericht erfgoed
Het meest visionaire element in het rapport zit misschien wel in de blik naar buiten. De infrastructuur van TOI kan uitgroeien tot een generiek, white label dienstplatform waarmee netwerken als NADD hun collecties toegankelijk kunnen maken — inclusief kleinere partners die nu nog geen eigen technische capaciteit hebben.
Die inclusieve benadering past perfect bij de missie van het Nieuwe Instituut: niet alleen bewaren, maar ook verbinden. Niet alleen digitaliseren, maar democratiseren.
Nederland als gidsland
Internationaal kijkt men met belangstelling naar de Nederlandse aanpak van digitaal erfgoed. Wat het Nieuwe Instituut laat zien, is dat je geen grote ICT-afdelingen nodig hebt om de DERA-principes in praktijk te brengen. Wel visie, samenwerking en de moed om te leren terwijl je bouwt. Ondersteuning vanuit het rijk helpt natuurlijk ook.
De conclusie van de Quickscan is helder: het Nieuwe Instituut heeft de afgelopen jaren een infrastructuur gerealiseerd die niet alleen toekomstbestendig is, maar ook een blauwdruk biedt voor anderen in het veld.
Dat is geen eindpunt — het is een begin. Een signaal dat Nederland niet alleen digitaal erfgoed beheert, maar het ook vormgeeft.